Hebben kittens speciale voeding nodig?

Kittens moeten in korte tijd veel groeien. Rond 8-12 maanden zijn ze in het algemeen volgroeid. Voor die snelle groei en goede ontwikkeling van bijvoorbeeld de hersenen en ogen hebben ze meer bouwstoffen nodig dan volwassen katten. Voor een gezonde groei is het essentieel dat ze op bepaalde momenten in hun groeifase, voeding krijgen die voldoet aan hun specifieke voedingsbehoefte. Zo kan het te vroeg voeren van een volwassen dieet de ontwikkeling negatief beïnvloeden. Met uiteindelijk langdurige en/of permanente gezondheidsproblemen als resultaat.

Voedingsbehoefte tijdens de groeifases
De eerste paar weken na de geboorte komen kittens aan hun essentiële voedingsstoffen en beschermende eiwitten via de melk van de moederpoes. Rond week 4 verandert de voedingsbehoefte van de kitten. Het vermogen van de kittens om lactose te verteren neemt af, net als de melkproductie van de moeder. De melktandjes komen door en ze beginnen met lopen en stoeien. Vanaf dit punt is het belangrijk om geleidelijk met het eerste zachte vaste voer te beginnen. Rond week 9 kan je geleidelijk een volledig uitgebalanceerd en compleet kittendieet introduceren. Speciaal ontworpen voor de voedingsbehoeften en het speelse hoge energieniveau van kittens.

Eiwit en aminozuur nodig voor groei
Een volwassen kat heeft als carnivoor van nature aanzienlijk veel eiwit nodig, veel meer zelfs dan honden. In vergelijking met volwassen katten hebben kittens zelfs een nóg hoger eiwitgehalte nodig. Bij kittens is de minimaal aanbevolen hoeveelheid 28g/100g droge stof (DS) tijdens de groei. Voor volwassen katten daalt dit tot een minimumbehoefte van 25g/100g DS tijdens volwassen onderhoud1.

Eiwitten zijn samengesteld uit aminozuren. Aminozuren zijn cruciale bouwstenen voor de ontwikkeling van de spieren, huid, haar, skelet en andere weefsels in het kittenlichaam.

Naast een hogere eiwitbehoefte hebben kittens, in vergelijking met volwassen katten, ook meer behoefte aan een aantal essentiële aminozuren. Studies tonen aan dat kittens bij een tekort aan essentiële aminozuren in gewicht afvallen. Dat is natuurlijk onwenselijk, zeker tijdens de groei. Dit komt omdat deze essentiële aminozuren niet in het lichaam van de jonge kat aangemaakt kunnen worden. Deze moeten daarom in de voeding aanwezig zijn. Omgekeerd is ook aangetoond dat een te hoog arginine-, methionine- en tryptofaangehalte kan leiden tot een afname van de groeisnelheid en voedselinname. Daarom hebben deze voedingsstoffen maximale voedingswaarden (arginine 3.5 g/100 g DS, methionine 1.4 g/100 g DS, tryptofaan 1.7 g/100 g DS) om de groei te ondersteunen.

Essentiële vetzuren voor essentiële ontwikkeling
Vetbronnen zijn de meest geconcentreerde energiebron in een uitgebalanceerd dieet voor kittens. Belangrijk dus om tijdens een snelle groei effectief aan hun verhoogde energiebehoefte te kunnen voldoen. Naast het leveren van energie, leveren vetbronnen in de voeding ook essentiële vetzuren (EFA's). Vetzuren zijn essentieel door het onvermogen van kittens en katten om zelf voldoende hoeveelheden in het lichaam aan te maken om aan hun behoeften te voldoen. Daarom moeten ze in het dieet aanwezig zijn. De essentiële vetzuren behoren tot de omega-3 en omega-6 families. Deze vetzuren spelen een vitale rol in de gezonde ontwikkeling en de functies van het lichaam van de kitten en volwassen kat.

Omega-6 essentiële vetzuren
De Omega-6 vetzuren zijn linolzuur (LA) en arachidonzuur (AA). Linolzuur vind je meestal in plantaardige ingrediënten zoals maïsolie, saffloerzaadolie. Arachidonzuur komt het meest voor in dierlijke vetten. Zowel linolzuur als arachidonzuur zijn essentiële componenten voor celmembranen en helpen om de membraanstabiliteit en vloeibaarheid te behouden.

De impact van voeding op de ontwikkeling en gezondheid van een kitten begint al voor de geboorte. Geef daarom de moederpoes al tijdens de dracht en het zogen voldoende essentiële vetzuren. Vooral arachidonzuur. Het geadviseerde minimumgehalte voor een kitten tijdens de ontwikkeling en groei is 20 mg/100g DS. Dit ligt aanzienlijk hoger dan de aanbevolen 6 mg/100g DS voor volwassen katten.

Katten kunnen, in tegenstelling tot honden, maar beperkt linolzuur omzetten in arachidonzuur. Om een ​​tekort te voorkomen moet het ​​dieet van de kat beide vetzuren bevatten. Is dit niet aanwezig in de voeding, dan vertonen kittens tekenen van lethargie, vertraagde groei, ruwe, droge vachten met roos en huidbeschadigingen. Saffloerzaadolie (als bron van linolzuur) kan de ontwikkeling van een slechte huid- en vachtconditie en verlies van vocht door de huid voorkomen. Verdere studies bij katten die voeding krijgen met voldoende linolzuur, maar te weinig arachidonzuur. Deze tonen onvruchtbaarheid of geboorteafwijkingen (reproductief falen) en verminderde bloedplaatjesaggregatie aan. Dit kan behandeld worden door arachidonzuur toe te voegen

Deze studies geven aan dat linolzuur essentieel is voor functies zoals groei, lipidentransport, normale huid- en vachtconditie en instandhouding van de huidbarrière. Terwijl arachidonzuur vereist is voor functies zoaks de voortplanting en voor stolselvorming waardoor het bloeden stopt.

Omega-3 EFA's
Het celmembraan van cellen bestaat voor een groot gedeelte uit omega-3 vetzuren. Deze verhogen de soepelheid, waardoor stoffen gemakkelijk in en uit kunnen en de cel goed kan functioneren. De drie belangrijkste omega-3 vetzuren zijn alfa-linoleenzuur (ALA), eicosapentaeenzuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA). Deze meervoudig onverzadigde vetzuren zijn essentieel. Dit betekent dat het lichaam ze niet zelf kan aanmaken en de kitten dit dus via de voeding binnen moet krijgen.

Eicosapentaeenzuur en docosahexaeenzuur vind je in het algemeen het meest in bronnen zoals algen en fytoplankton en in de vis, schelp- en schaaldieren die dit eten. Alfa-linoleenzuur vind je vooral in plantaardige oliën zoals lijnzaadolie en sojaolie.

Eicosapentaeenzuur is een voorloper van docosahexaeenzuur. Deze worden vanuit de celmembranen vrijgegeven en omgezet in eicosanoïden. Eicosanoïden spelen een belangrijke rol bij immuun- en ontstekingsreacties. Vooral de eicosanoïden ontstaan uit eicosapentaeenzuur worden geassocieerd met ontstekingsremmende eigenschappen.

Docosahexaeenzuur biedt essentiële ondersteuning bij de juiste ontwikkeling van hersenen en netvliesweefsel. Er is geen voedingsbehoefte voor eicosapentaeenzuur en docosahexaeenzuur bij volwassen katten vastgesteld. Kies daarom een ​​dieet dat is samengesteld voor kittens. Om ervoor te zorgen dat het minimumgehalte van 0.01 g/100 g DS eicosapentaeenzuur + docosahexaeenzuur wordt verstrekt tijdens de groeifase van kittens. Dit kan verlies van neurale prestaties en verminderde gezichtsscherpte voorkomen.

Mineralen en vitamines
Katten hebben verschillende mineralen en vitamines nodig om hun gezondheid op peil te houden. Drie belangrijke die een kitten nodig heeft tijdens de groei:

  • calcium (Ca)
  • fosfor (P)
  • vitamine D

Deze drie hebben een sleutelrol bij de ontwikkeling van het skelet. Onvoldoende of onevenwichtige voeding van deze voedingsstoffen kan ernstige negatieve gevolgen voor de gezondheid hebben. Dit kan leiden tot langdurige problemen tijdens het hele leven van de kat.

Kittens hebben meer calcium en fosfor nodig dan volwassen katten om de snelle groei en ontwikkeling van hun botten en tanden te ondersteunen in hun groeifase. Vitamine D zorgt dat het lichaam voldoende calcium en fosfor opneemt en ondersteunt bij goede mineralisatie van bot en het voorkomen van botmisvormingen (bijvoorbeeld rachitis). Een tekort of lage niveaus van deze drie essentiële voedingsstoffen kan leiden tot fracturen en pijnlijke langdurige aandoeningen.

Het advies is dat kittens minimaal 1g/100g DS calcium en 0.84g/100g DS fosfor in hun dieet krijgen. Een volwassen kat heeft slechts 0.4g/100g DS calcium en 0.26g/100g DS fosfor nodig. Niet alleen de hoeveelheid van deze mineralen, maar ook de verhouding tot elkaar in de voeding is belangrijk. Voor kittens is de ideale verhouding 1,5 : 1 (calcium : fosfor) geadviseerd. Voor volwassen kan dit hoger tot een verhouding van 2:1 in voeding. Vitamine D in het dieet voor kittens moet minimaal 28 IE/100g DS zijn. Dat is iets meer dan de minimumvereiste van 25 IE/100g DS voor een volwassen kat.